zondag, september 10, 2006

Top weer en veel Servische gastvrijheid

Na het lawaai in Budapest weer de rust van de stromende Donau die ons meeneemt naar een volgend land. Maar eerst nog even de douaneformaliteiten slechten. Na 47 x stempelen (zowel ons eigen stempel als die van de douane, de politie en de capitanerie), veel carbonpapier, heel veel loketten en veel mannen in uniformen waren we na 3,5 uur wachtend in de brandende zon eindelijk in Servië. “Grappig” aan het verhaal is dat ze je uren laten wachten en daarna met je afrekenen omdat je aan hun ponton hebt liggen wachten waarvoor je dan weer apart moet betalen, in euro’s!! Even een stukje wereld op z’n kop. Het vinden van goede aanlegplaatsen is een drama, dus ons eerste ankeravontuur heeft plaatsgevonden. Anker uitgegooid en al zwemmend touwen aan bomen vastgemaakt. Midden in de nacht een aantal controlemomenten maar die waren meer om de volle maan te bewonderen dan dat het werkelijk nodig was. Een goede ervaring! In Apatin wachtte ons de volgende dag een warm 3-talig onthaal. Een 4 man sterke havencrew hielp ons aanleggen, waarvan er 1 engels sprak (eindelijk iemand!), 1 prima Duits (de havenmeester), 1 redelijk NL (had vroeger in NL gewerkt). De gebruikelijke biertjes en sigaretjes, buitengewoon gezellig. Een stroomkabel van 100 meter werd nog even voor het donker aangelegd. Pijn nog moeite, je zou zo een week blijven liggen in dit niets dorp.

Darco (Servier), Meredin (Kroaat) en hun 2 dochters waren voor ons de dag daarna de volgende gave kennismaking met de aangename Servische gastvrijheid. Zij runnen een drijvend restaurant bij km paal 1272 waar iedere donaubevaarder absoluut zou moeten stoppen. Tot diep in de nacht met wat biertjes en wijntjes over hun geschiedenis en toekomst gesproken en het de volgende morgen nog eens even dunnetjes over gedaan onder het genot van een 43% alcoholhoudende snaps (leuke tradities???? ’t Is het verplichte medicijn in voormalig Oostbloklanden, zie foto). Wat een heerlijke en open mensen. Maar wat een trieste geschiedenis. Met de uitwisseling van onze zelfgebakken bitterkoekjes en hun t-shirts van het restaurant en een potje van hun zelfgemaakte paprikamoesspecialiteit namen we afscheid van hun met de belofte elkaar weer te zien.

De derde stop in Servië was in Novi Sad, hier is minder oorlog geweest dan in andere delen langs de Donau maar toch is het in grote delen van de stad een vergane glorie. ’t Centrum ziet er gezellig uit, lekker slenteren, winkeltjes en mensen kijken.

In Belgrado treffen we een jong stel op een Duitste zielboot die dezelfde trip als wij aan het maken zijn. Bizar en gaaf hoeveel overeenkomsten we met hen hebben, zowel in voorbereiding, planning als in uitvoering. De haven is redelijk onbereikbaar, ondiep en naast de vuilnisbelt van belgrado. Gelukkig krijgen we de scoot van boord en tuffen we momenteel lekker door Belgrado. Mooie drijvende terrassen op het water vanwaar wij jullie nu in het zonnetje op de hoogte brengen van deze week (zie foto)

Ook Belgrado lijkt een vergane glorie verder en aan een harde opknapbeurt toe. Veel oude gebouwen, zwart van de uitlaatgassen. Maar er wordt ook op zondag gewerkt.

De etiketten van de gastvrijheid hebben een stilzwijgende regel dat er voor het aanleggen niet hoeft te worden betaald. Heel bijzonder voor zo’n arm land. Een groot contrast met de Hongaarse mentaliteit.

De groeten vanuit Belgrado,
Wal en Suus


Tot nu toe afgelegd: 2327 kilometer in 49 dagen, gemiddeld per dag 47 kilometer. Nog te gaan tot de Zwarte Zee: 1177 km.